AMBITIE 3 DOOR DE OGEN VAN MENKE ASSEN

 

AMBITIE 3 DOOR DE OGEN VAN BEPPIE VENDRIK

 

AMBITIE 3 – EXPERTISE IS BESCHIKBAAR

Profi Pendi ondersteunt scholen door expertise beschikbaar te stellen vanuit het Expertise Centrum en

S(B)O’s. Waarbij de expertise naar het kind toekomt. Een plaatsing elders heeft een tijdelijk karakter. In de route wordt de werkwijze en financiering opgenomen.

 

Een dekkend geheel van ondersteuningsvoorzieningen kan geheel worden geboden door:

 

  • basisondersteuning op de basisscholen en in de scholen voor S(B)O in het SWV;
  • boven schoolse ondersteuningsvoorzieningen in het SWV, waaronder de vier scholen voor SBO en de school voor SO die is gevestigd binnen de regio;
  • vestigingen van scholen voor cluster 3 en 4 buiten de regio waarvan de besturen zich bij het SWV hebben aangesloten;
  • de afspraken die gemaakt zijn met instellingen voor cluster 1 en 2;
  • plaatsing van leerlingen op een school met de benodigde expertise en ondersteuningsmogelijkheden;
  • een passend arrangement.

 

Sociale kaart

De samenwerking met de gemeenten en met partners in de jeugdzorg wordt inzichtelijk gemaakt in de sociale kaarten van de gemeenten.

 

3.1 Extra ondersteuning op de basisschool

 

Het uitgangspunt is dat de basisschool kinderen passend onderwijs biedt. In het schoolondersteuningsprofiel beschrijven de basisscholen welke ondersteuning zij hun leerlingen kunnen geven. De kern ervan vormt de basisondersteuning. Daarnaast beschrijven zij welke extra ondersteuning zij kunnen bieden. Bijvoorbeeld:

 

  • in samenwerking met externe aanbieders zoals orthopedagogen, psychologen, logopedisten en fysiotherapeuten;
  • met hulp en expertise vanuit de scholen voor S(B)O;
  • door inzet van (school) maatschappelijk werk;
  • met hulp en expertise vanuit de clusterscholen (1, 2, 3 of 4).

 

Het schoolondersteuningsprofiel wordt minimaal eens per vier jaar vastgesteld door het bevoegd gezag, nadat de medezeggenschapsraad van de betreffende school daarover advies heeft uitgebracht. Behalve de theoretische omschrijving van wat de school te bieden heeft, moet het team van de school dat ook willen en kunnen. Die uitdaging om te komen tot inclusiever denken heeft de aandacht van de schoolbesturen. En zal onderwerp van gesprek zijn tussen schoolbesturen en het samenwerkingsverband.

 

3.2 Extra ondersteuningsvoorzieningen binnen Profi Pendi

 

Het samenwerkingsverband heeft een specifieke voorziening:

 

  • Tijdelijk onderwijs en begeleiding van leerlingen die door gedragsproblemen dreigen vast te lopen op de basisschool.

 

Afstemmen van de werkwijze van de Onderwijs Expertise Centra (OEC’s)

Alle expertise binnen Profi Pendi is opgenomen of inzetbaar vanuit bestaande samenwerkingsafspraken tussen de S(B)O’s en OEC’s. De OEC-medewerkers ontwikkelen zich naar een gemeenschappelijke werkwijze. Tijdens de bijeenkomsten van de Collegiaal Consultanten wordt ten minste de helft van de tijd besteed aan uitwisseling en intervisie. Het expertise netwerk is (digitaal) verbonden. Dat geldt ook voor de medewerkers die vanuit de gemeenten worden ingezet.

 

Onderwijs-zorg Arrangementen (OZA)

Naast de medewerkers van de Onderwijs Expertise Centra (OEC), weten de scholen nu ook waarvoor zij bij de verschillende sociale teams terecht kunnen. Het SWV zal stimuleren dat steeds meer gewerkt wordt volgens het principe van één kind – één gezin – één plan en dat daarmee een grote diversiteit van OZA tot stand komt. Van relatief licht en kortdurend, tot (veel) zwaarder en langduriger, in samenwerking met scholen en gemeenten.

 

3.3 Wanneer leerlingen op een andere school geplaatst worden

 

Over de toelaatbaarheid van leerlingen tot een school voor speciaal basisonderwijs (SBO) of speciaal onderwijs (SO van cluster 3 of 4) vraagt het samenwerkingsverband advies aan ten minste twee deskundigen. In elk geval is dat een orthopedagoog of psycholoog. Welke tweede deskundige om advies wordt gevraagd, is afhankelijk van de ondersteuningsvraag van de leerling. Dat kan zijn een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een maatschappelijk werker, een arts, of een kinderpsychiater.

Ook is plaatsing van basisschool naar basisschool mogelijk. Voor alle plaatsingen is een MDO nodig.

3.4 Criteria toewijzing Toelaatbaarheidsverklaring (TLV)

 

De directeur van het SWV is bevoegd tot het afgeven van toelaatbaarheidsverklaringen. Bij het besluit tot het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor SBO of SO weegt het volgende mee:

 

  • in het MDO wordt geadviseerd over het feit dat de leerling is aangewezen op extra ondersteuning die niet geboden kan worden binnen de basisondersteuning van de basisschool;
  • de wettelijk verplichte deskundigen die ter beschikking staan van het MDO adviseren dat een school voor SBO, dan wel een school voor SO voor cluster 3 of cluster 4 tegemoet kan komen aan de ondersteunings-behoeften van de leerling;
  • de school voor SBO of SO waarvoor toelating wordt gevraagd, verklaart de benodigde extra ondersteuning inderdaad te kunnen bieden;
  • de ouders instemmen met overplaatsing van de leerling naar de betreffende school voor SBO of SO.

 

Wanneer ouders direct een TLV aanvragen, wordt terugverwezen naar het MDO van de school.

 

3.5 Beleid betreffende mogelijke terugplaatsing

 

De basisschool blijft betrokken bij de ontwikkeling van de geplaatste leerling middels van tevoren afgesproken evaluatiemomenten, waaruit ook acties kunnen voortkomen die de basisschool kan ondernemen om de leerling terug te plaatsen, bijvoorbeeld door middel van expertise-uitwisseling.

Bij het afgeven van een TLV staat altijd centraal dat de leerling onderwijs volgt op de meest passende plek. Door het kind goed te volgen, volgens de bestaande procedures met het OPP, wordt gekeken of de gekozen school nog steeds de beste plek is. Als terugplaatsing naar een reguliere school kansrijk wordt geacht, wordt daartoe MDO gevoerd.

De TLV wordt afgegeven voor bepaalde tijd, volgens de wettelijke regelgeving, maar omvat bij tussentijdse plaatsing altijd ten minste een heel schooljaar. Dat gebeurt voor jonge leerlingen en voor andere leerlingen van wie de ondersteuningsbehoeften nog niet duidelijk zijn. Voor leerlingen voor wie het zeer aannemelijk is dat zij blijvend aangewezen zijn op de extra ondersteuning van het S(B)O wordt een TLV afgegeven voor de rest van de basisschoolperiode.

 

Plaatsing vanuit voorschoolse instellingen

Voorschoolse instellingen, bijvoorbeeld de JGZ 0-4 van de CJG, MKD, aanbieders van VVE, worden door middel van de School Ondersteunings Profielen (SOP’s) geïnformeerd over de basisondersteuning die de basisscholen van het SWV kunnen bieden en over de extra ondersteuningsmogelijkheden van de scholen voor SBO en van de scholen voor SO die deelnemen aan het SWV. Dit stelt hen in staat ouders te adviseren over een passende vorm van onderwijs voor hun kind. De ouders melden hun kind dan aan bij een basisschool, SBO of SO.

De school stelt vast welke informatie beschikbaar moet zijn om te beoordelen of zij aan de ondersteuningsbehoeften van de leerling kunnen voldoen.

Het MDO (ouders, voorschoolse instelling, basisschool, SBO of SO) komt bijeen om vast te stellen wat de leerling nodig heeft. Mocht de leerling naar het S(B)O gaan, dan vraagt de desbetreffende school de TLV aan.

 

Leerlingen met een TLV van een ander SWV

Leerlingen die vanuit een andere regio komen wonen in de regio van ons SWV en die door het SWV van herkomst toelaatbaar zijn verklaard tot SBO of SO, ontvangen ook van ons SWV een TLV. Leerlingen die wonen in een andere regio en daar toelaatbaar zijn verklaard tot SBO, maar van wie de ouders kiezen voor plaatsing op een school voor SBO binnen ons SWV ontvangen een TLV als de betreffende S(B)O-school verklaart te kunnen voldoen aan de ondersteuningsbehoeften van de leerling.

 

3.6 Terugplaatsen Basisschool

 

Het SWV geeft op advies van de Commissie van Begeleiding van SBO of SO aan leerlingen van wie de periode van de oude beschikking is verstreken, een nieuwe TLV voor de school waarop de leerling is ingeschreven.

Leerlingen met bestaande rugzakjes (LGF) behouden, als de periode van de oude beschikkingen is verstreken, het schooldeel van de huidige rugzak in overleg met het eigen schoolbestuur. Door natuurlijke afloop daalt deze afdracht per jaar en zal in 2021 beëindigd zijn. Deze middelen worden betaald aan het schoolbestuur en worden op maat ingezet. Alle afdrachten aan de schoolbesturen worden door het samenwerkingsverband gemonitord.

 

De procedure voor terugplaatsing is gelijk aan die voor overplaatsing naar SBO of SO:

Het MDO maakt een afweging over de kans van slagen van terugplaatsing naar de (speciale) basisschool en over de aard en omvang van eventuele extra ondersteuning (een “terugplaatsingspakket” op maat) die daarbij nodig is voor de leerling en voor de (leerkracht van de) opnemende (speciale) basisschool;

Wanneer er overeenstemming is tussen ouders, terugverwijzende school voor SO en opnemende school, kan de leerling, zo nodig met extra ondersteuning, op de basisschool worden geplaatst. Als de leerling wordt teruggeplaatst naar een school voor SBO, wordt door de terugverwijzende school voor SO een TLV voor SBO aangevraagd.

Profi Pendi

Dukatenburg 101

3437 AB Nieuwegein

030 2751288

www.profipendi.nl

ontwerp: