“In de zoektocht naar passend onderwijs blijft ‘anders kijken’ voor mij heel belangrijk”
 
Ambitie 8 door de ogen van Collegiaal Consultant Jantine IJntema

 

In het Ondersteuningsplan van Profi Pendi zijn 10 ambities opgenomen. In ambitie 8 - We vergroten de kwaliteit, is te lezen: “We denken in mogelijkheden, we kijken anders dan we gewend zijn en voeren ook andere acties uit dan we deden, om passend onderwijs op de basisschool voor meer kinderen mogelijk te maken.”

 

Jantine IJntema, Collegiaal Consultant, vertelt wat zij hiervan merkt in de praktijk.

 

“Met de start van Passend Onderwijs in 2014, veranderden niet opeens de onderwijsbehoeften van de kinderen op de basisscholen. Scholen hebben de opdracht gekregen om het onderwijs aan te passen aan wat de kinderen nodig hebben in plaats van de kinderen te laten aanpassen aan wat de school kan bieden. Dit vraagt denken in mogelijkheden en anders kijken dan we gewend zijn (Ambitie 8).”

 

‘Als je 100 mensen bij elkaar zet en er zijn er 95 krankzinnig,

dan zijn de 5 die normaal zijn de krankzinnigen (W.F. Hermans).’

 

 

“Het ‘anders kijken dan we gewend zijn’, is voor mij de belangrijkste basis. Als je anders kunt kijken naar een kind/school/situatie, zie je vaak andere mogelijkheden. In het MDO krijgen alle betrokkenen de gelegenheid om hun visie te geven op de ontwikkelkansen van het kind. In bijna alle gevallen wordt het MDO georganiseerd omdat er zorgen zijn omtrent de ontwikkeling op verschillende gebieden. De  gedachte is dat een MDO preventief wordt ingezet, ter voorkoming van zorgen. Hoewel er situaties zijn waarin de zorgen zo nijpend zijn dat er met spoed een MDO moet worden georganiseerd, heb ik het idee dat scholen steeds vaker vroegtijdig een MDO beleggen.

 

Uitgangspunt is altijd: hoe kunnen we dit kind (weer) beter laten profiteren van het onderwijsaanbod waardoor het zich naar verwachting ontwikkelt en (weer) met plezier naar school gaat.

De oplossing lijkt veelal te liggen in meer handen in de klas, kleinere groepen, individuele begeleiding, enzovoort. Helaas is dit op dit moment niet of nauwelijks een optie. Met elkaar zoeken we dan naar andere mogelijkheden. Hoe kunnen we die leerling die zoveel behoefte heeft aan bewegen tijdens de les, dit bieden? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze leerling meer leeskilometers maakt? Hoe kunnen we deze leerling helpen op een goede manier met zijn boosheid om te leren gaan? Oplossingen komen soms vanuit een verrassende hoek. Juist omdat je met verschillende disciplines bij elkaar zit, kan er een frisse blik worden geworpen op de klassensituatie of de thuissituatie. Ouders zien soms het gedrag van hun kind dat de leerkracht in de klas waarneemt, thuis totaal niet en andersom. Uiteraard zijn de situaties thuis en school niet te vergelijken maar het is goed om daarover met elkaar in gesprek te gaan. (Verrassend waardevol is het om de visie van het kind zelf te horen tijdens het  MDO….)

 

Het anders kijken naar kinderen en het uitvoeren van andere acties betekent voor mij ook het bijstellen van je verwachtingen en het stellen van haalbare doelen. Het is de kunst om reële verwachtingen en doelen vast te stellen waardoor het kind succeservaringen opdoet. We hebben allemaal de neiging veel te grote doelen te stellen en veel te hoge verwachtingen te hebben. Hoge verwachtingen hebben is goed, te hoog werkt demotiverend en frustrerend. Het valt niet altijd mee om hierin een goede balans te vinden. Het in gesprek zijn met elkaar en daarbij het kind betrekken, is een belangrijk startpunt. Kijk eens met elkaar naar de leerroutes en durf keuzes te maken. Kijk welke kwaliteiten je van het kind kunt inzetten om een positieve gedragsverandering te bewerkstelligen. Dit kan soms verrassend simpel en effectief zijn.

 

Een stil meisje uit groep 6 dat met weinig plezier naar school ging, kreeg een paar keer per dag nadrukkelijk aandacht van de leerkracht. Deze persoonlijke aandacht maakte dat zij zich gezien voelde. Dit gaven ouders letterlijk terug in het MDO. Het was een kleine moeite voor de leerkracht, met een groot effect voor het kind.

Het was een eyeopener voor de leerkracht om zich te verdiepen in de minimale doelen voor het rekenen van een leerling met uitstroomperspectief Praktijkonderwijs. Ze stelde haalbare en reële doelen op voor de leerling en maakte keuzes in de leerstof. Zowel voor de leerling als voor de leerkracht werd de druk van ketel gehaald en konden beiden genieten van het succes.

 

Natuurlijk staan we regelmatig voor zeer complexe situaties waarin ouders en school grote zorgen hebben omtrent een kind. Een snelle, direct werkende oplossing is dan niet altijd voorhanden. Maar in deze zoektocht naar passend onderwijs blijft het ‘anders kijken’ voor mij een heel belangrijke factor.”

Profi Pendi

Dukatenburg 101

3437 AB Nieuwegein

030 2751288

www.profipendi.nl

ontwerp: