“Onze mindset is: alle leerlingen blijven op deze school”

Interview met directeur Henry van Beusekom en IB’er Hester Diepenhorst

 

Op de Eben Haëzerschool in Benschop is het verwijzingspercentage zeer laag. Hoe komt het dat daar vrijwel alle kinderen bediend kunnen worden met een passend onderwijsaanbod? Zijn de problemen op een klein dorpsschooltje wellicht minder groot? “Nee, want ook hier lopen we tegen ‘stadse problematiek’ aan”, vertelt Intern Begeleider (IB’er) Hester Diepenhorst. Spelen hun zogenoemde organisatiemiddagen dan een grote rol? “Wellicht, maar naar ons idee doen we niet veel bijzonders. We zijn het gewoon gaan doen!”

 

De Eben Haëzerschool in Benschop is een van de zes PCPO TriVia-scholen die deel uitmaken van ons samenwerkingsverband. Deze en de andere scholen van TriVia staan erom bekend weinig te verwijzen. In de pilot Good Practice, die vorig schooljaar liep, is onderzoek gedaan naar de redenen waarom inclusief onderwijs op deze scholen zo goed lijkt te werken. Profi Pendi sprak hierover met directeur Henry van Beusekom en IB’er Hester Diepenhorst.

 

“Door de pilot zijn we gaan beseffen dat het helemaal niet zo gewoon is dat er weinig verwezen wordt op scholen”, vertelt Hester. “Voor ons is het dat echter wél: we hebben niet het gevoel dat we iets heel bijzonders doen. We zijn het gewoon gaan doen. Onze mindset is: alle leerlingen blijven op deze school. En ja, ik denk wel dat we eerder zullen pogen een kind hier te houden omdat de dichtstbijzijnde SBO-school wat verder gelegen is dan in meer stedelijke gebieden. We weten namelijk: gaat een kind vanuit Benschop naar een SBO-school, dan is de kans op sociaal isolement erg groot. Dat willen we natuurlijk voorkomen. Het argument dat wij als dorpsschooltje met minder problemen te maken hebben en daarom minder zouden verwijzen, klopt echter niet. Ook hier hebben we wel te maken met Veilig Thuis-meldingen, bijvoorbeeld. Uit de pilot blijkt dat wij de afgelopen jaren maar liefst dertien kinderen op de Lopikse scholen van TriVia wisten te houden, waar dit op andere scholen waarschijnlijk uitgelopen was op een doorverwijzing naar het S(B)O.”

 

“Na de invoering van de wet Passend Onderwijs is er weinig veranderd binnen onze school. We verwezen daarvoor al weinig, ons beeld was toen ook al: kinderen horen thuisnabij les te krijgen. Wel denken we nu nog vaker bij hulpvragen van kinderen: dit gaan we zelf doen! En we vinden: leerkrachten moeten vroegtijdig aan de bel trekken. De eerste vraag mag namelijk nooit zijn: ‘Kunnen we dit kind hier nog wel houden?’ Er gaat een heel traject met vragen en mogelijke oplossingen aan vooraf voordat eventueel zou blijken dat een kind hier niet kan blijven. Meestal kunnen we het voor zijn. Er blijken vrijwel altijd mogelijkheden te zijn.”

 

Doet de school dan iets bijzonders om kinderen met hulpvragen in de school te houden? “Nee”, zegt Henry van Beusekom. “We hebben bijvoorbeeld niet extra geïnvesteerd in scholing.” “Het zijn meer de kleine dingen. Zo rekenen alle klassen op dezelfde tijd: hierdoor kan een leerling gemakkelijk een groep lager meedoen met rekenen wanneer dat het beste is”, vertelt de IB’er. “Verrijking proberen we zoveel mogelijk ín de klas aan te bieden. Veel methodes spelen daar tegenwoordig op in. Daarnaast hebben we een Plusklas: de Dolfijngroep, waar een aantal kinderen een dagdeel naartoe gaat om extra uitgedaagd te worden. Ook de rest van de week gaan ze met Plusklas-werk de diepte in.”

“Eigenlijk zien we vaak dat we, door het aanbieden van een eigen leerlijn en het aanpassen van de leerstof, kinderen vrijwel altijd binnen kunnen houden. Alleen in uitzonderlijke situaties is de beste plek voor een kind soms het Speciaal Onderwijs, bijvoorbeeld als de veiligheid van anderen in geding komt of wanneer de druk op de leerkracht en de groep te groot wordt.”

 

“We hebben de afgelopen jaren erg geïnvesteerd in een duidelijke zorgstructuur: de zorg staat als een huis. Doordat we dat goed op poten hebben, hoeven de leerkrachten zich daar niet druk om te maken. Ik denk dat dat al veel helpt. We delen kinderen per vak gelijk in in één van de drie zorgniveaus die er binnen de school gegeven kunnen worden. Waar nodig gaan we over op zorgniveau 4 (onderzoek en/of externe hulp). Dat zorgt al voor zoveel overzicht dat zorgniveau 5 (plaatsing op een S(B)O-school) vrijwel niet nodig blijkt.”

 

“In de organisatie hebben we behoorlijk geïnvesteerd. De IB’ers van de zes scholen wisselen bijvoorbeeld veel informatie uit. En we gaan steeds een stapje verder”, legt Henry uit. “Waar voorheen de leerkrachten naar extra activiteiten zoals een afscheids-BBQ of schoolkamp moesten komen, hebben we nu gezegd: in plaats van die verplichte opkomsten, willen we die uren inzetten om de groepsplannen en het groepsaanbod goed neer te zetten. Zo hebben we nu drie organisatiemiddagen per jaar waarin we de groepsplannen samen evalueren en maken. We leren tijdens die middag van de keuzes en creativiteit van onze collega’s. De groepsplannen zijn onze werkdocumenten die ons handelen voor de komende periode bepaalt: welke interventie ga jij als leerkracht doen als je kijkt naar wat de groep nodig heeft? Aan welke knop ga jij draaien?”

 

Hester vult aan: “We zijn daarin vrij nuchter en beseffen dat het niet alleen om cognitie gaat. We zetten eerst in op werkhouding en welbevinden om daarmee de voorwaarden te creëren om tot leren te komen. En we zijn ook wel eens tevreden met ‘voldoende’. Zo hebben we bij een leerling, die met een behoorlijk dossier op onze school kwam, eerst gewerkt aan veiligheid en vertrouwen en minder ingezet op cognitie. Met als resultaat…? Een hartstikke gelukkig kind!”

MEER INCLUSIEF ONDERWIJS

SWV Driegang/EC Rotonde

 

Eben Haëzerschool Benschop

 

wethouder | beleidsmedewerker Jeugd en Onderwijs

 

Clusterdirecteur O2A5

 

Directeur WIJ

Profi Pendi

Dukatenburg 101

3437 AB Nieuwegein

030 2751288

www.profipendi.nl

ontwerp: