“Het passend maken van onderwijs maakt je creatiever”

Moeder en biologiedocent over de voor- en nadelen van passend onderwijs

 

Jeanine de Jong, moeder van twee kinderen, staat volledig achter de doelstelling van passend onderwijs. Zo vindt ze het een positieve ontwikkeling dat haar kroost, die onderwijs volgt op de Agnesschool in IJsselstein, leert omgaan met kinderen die anders zijn. Wel is ze zich, mede doordat ze zelf biologiedocent is, bewust van de praktische uitdagingen waar scholen voor komen te staan.

 

Jeanine vertelt: “De term passend onderwijs roept bij mij op dat de overheid graag ziet dat leerlingen met een beperking zoveel mogelijk onderwijs gaan volgen op een reguliere school. Een nobel streven, waar ik volledig achter sta. Het is voor de leerling zelf het beste om al op jonge leeftijd flexibel om te leren gaan met zijn of haar anders zijn. En waar leren ze dat beter dan in de ‘gewone’ maatschappij?”

“Ook voor leerlingen zonder beperking is het positief, omdat ze leren omgaan met kinderen die ‘anders’ zijn. Zowel leerlingen mét als zonder een beperking, leren dat er ook positieve aspecten kunnen kleven aan het anders zijn. Ze merken bijvoorbeeld wat de grote kracht is van autisten. Zien wat hun sterke kanten zijn, waar ze in uitblinken. En dit heeft voordelen voor later: zij worden eerder geaccepteerd en ingezet op die plek waar ze het beste tot hun recht komen.”

 

Dat is het ideaalbeeld, maar nu de praktijk nog: “Passend onderwijs brengt ook uitdagingen met zich mee”, merkt Jeanine. “Neem nu een groepsleerkracht, die zijn programma al aanpast op de verschillende niveaus van de leerlingen. En daarnaast moet zorgen voor de kinderen die bijvoorbeeld extra visuele ondersteuning nodig hebben, of geholpen moeten worden bij hun planning. En dat terwijl de klassengroottes alleen maar toenemen. Hoe zorg je ervoor dat je de ‘gewone’ leerling niet vergeet, dat deze niet ondersneeuwt?”

“Ook neemt de tijdsdruk toe. Het bijhouden van het leerlingvolgsysteem neemt bijvoorbeeld een steeds grotere rol in en daar gaat tijd in zitten. Het zou wat mij betreft niet gek zijn als er een normering komt, bijvoorbeeld: maximaal vier leerlingen met een beperking op twintig kinderen in de klas.”

 

Als biologiedocent op een middelbare school ziet Jeanine de positieve gevolgen van passend onderwijs: “Een leerkracht moet de knowhow hebben om met diverse soorten problematiek om te gaan. Ik zie dat deze kennis daadwerkelijk wordt verworven of in huis gehaald wordt. Zo werken we op onze school sinds kort met een orthopedagoog. En er zijn meer veranderingen: een kind met een gehoorprobleem vraagt je een microfoontje om je nek te dragen, de stilteruimte wordt meer ingezet voor leerlingen die vanwege hun beperking even tot rust willen komen. Of neem de leerling die onmogelijk alle zware boeken kon dragen en nu op een tablet werkt. Ja, het passend maken van het onderwijs kan veranderingen met zich meebrengen. Die kunnen moeilijk zijn, vooral in het begin. Maar het went en je wordt creatiever.”

 

De balans opmakend denkt Jeanine dat er nog aardig wat hobbels te nemen zijn, maar dat passend onderwijs heel positief kan uitpakken. Met name de grotere rol die ouders gaan spelen, vindt ze positief en daar heeft ze ervaring mee op de school waar ze zelf werkt. “Ouders kunnen op die manier als verlengstuk van school fungeren door bijvoorbeeld hun kind te helpen met plannen, waardoor de leeropbrengsten groter worden. En wat brengt het mij als docent? Voldoening, als ik een leerling kan helpen!”

Profi Pendi

Dukatenburg 101

3437 AB Nieuwegein

030 2751288

www.profipendi.nl

ontwerp: