“Wij begrijpen ze in hun anders-zijn”

Marco Rozenbeek over de Berg en Boschschool

 

Voorspelbaarheid, duidelijkheid, vaste patronen. Dat is waar alle leerlingen van de Berg en Boschschool bij gebaat zijn. “Op onze school zitten kinderen met uiteenlopende gedrags- en psychiatrische problemen, maar een diagnose zegt mij niet zoveel”, zegt directeur Marco Rozenbeek. “We kijken vooral naar wat wij het kind kunnen bieden.” Over deze speciale school vertelt hij ons meer.

 

“Naar dit expertisecentrum gaat het type kind dat behoefte heeft aan voorspelbaarheid, duidelijkheid en vaste patronen”, vertelt Marco Rozenbeek, directeur van de Berg en Boschschool in Houten en Bilthoven. “Het zijn kinderen met gedrags- en pyschiatrische problemen. Denk aan: MCDD, ADHD en PDDnos. Kernproblematiek van de kinderen is echter een stoornis in het autistische spectrum. Maar, net als dyslexie en hoogbegaafdheid is dat een containerbegrip, dat niet alles zegt. Het blijft een heterogene groep. Kinderen met een vorm van autisme kunnen op zowel het basisonderwijs (BO), het speciaal basisonderwijs (SBO) als op speciaal onderwijs (SO) zitten. Een diagnose, ‘een label”, zegt niet alles. Wij kijken vooral naar het kind. Wat heeft het kind nodig en wat kunnen wij ze bieden.”

Aard en ernst van de problematiek bepalen doorgaans op welk type school zij zijn aangewezen om op een goede manier onderwijs te volgen en wenselijke sociale vaardigheden aan te leren.

 

“Wordt een kind op het SO geplaatst, dan is dat een avontuur op zich. Wij willen voor ouders en leerlingen een ruggesteun zijn. Ze moeten zich begrepen voelen en ‘thuis zijn’ op school. Dat is belangrijk. Ons doel is dat de kinderen weer veilig en verantwoord samen kunnen leren leren. Met elkaar werken we toe naar een grote mate van zelfstandigheid van de kinderen.”

 

“De leerlingen hebben, ondanks de uiteenlopende problematiek, vooral overeenkomsten wat betreft het schoolklimaat waar ze bij gebaat zijn. Ze willen een voorspelbare omgeving en hebben een sterkte behoefte aan ordening. Wij moeten ze begrijpen in hun anders-zijn.

Zo zijn er bijvoorbeeld leerlingen met een tragere en vaak heel specifieke informatieverwerking. We houden rekening met hun manier van denken en weten dat ze vaak meer tijd nodig hebben. De klassen, die geleid worden door een leerkracht en een onderwijsassistent, zijn klein, omdat onze leerlingen daarin beter functioneren. Ze zitten niet in jaarklassen, maar zijn bij elkaar geplaatst op basis van ontwikkelingsbehoeften en hun leerniveau. Ons basisleerklimaat (meer tijd en aandacht) doet recht aan de wijze waarop onze leerlingen informatie verwerken en de wereld zien.”

 

“In aanleg zijn de kinderen die hier naar school gaan normaal begaafd. We hebben ook buitengewoon slimme kinderen. (Zeer) moeilijk lerende kinderen met gedragsproblemen hebben we niet, die gaan vaak naar andere vormen van speciaal onderwijs. Naast onderwijs krijgen sommige leerlingen ook ‘behandeling’. Dit vindt zoveel mogelijk buiten school plaats, want onderwijstijd is heel belangrijk voor ze. Zo’n onderwijszorgarrangement (OZA) verzorgen we onder meer in samenwerking met Youké. Logopedie en fysio hebben we wel in huis. Ook hebben we speciaal iemand aangetrokken die een meidengroep leidt. Zij helpt de meisjes in hun ‘meisjes zijn’, aangezien meisjes flink in de minderheid zijn op school.”

 

“De ambitie van passend onderwijs; meer kinderen op het regulier onderwijs, is heel goed, maar dit gaat niet van de ene op de andere dag. Je moet het de tijd geven en erop vertrouwen dat kinderen op een verantwoorde manier kunnen terug stromen. Dat komt wel op gang, maar onderwijsvernieuwing duurt lang. Ook zal de vraag naar speciale scholen blijven bestaan. Dat kinderen teruggeplaatst worden naar het SBO of basisonderwijs gebeurt dan ook nog niet in grote getalen. We proberen het wel te stimuleren en soms lukt dat ook goed. Maar we hebben ook eens meegemaakt dat een kind terug ging naar een reguliere school, maar zelf aangaf: ‘Ik heb zo’n vol hoofd hier, ik wil terug naar de Berg en Boschschool.’”

“Wanneer een kind vroeger terug geplaatst werd op een (speciale) basisschool, werd deze begeleid door een terugplaatsingsambulant begeleider. Dat hebben we nu niet meer, maar er is wel een goede samenwerking met de Van Leersumschool, cluster 4, voor wat betreft meer systematische ambulante begeleiding.”

 

“Samenwerken doen we ook binnen de samenwerkingsverbanden. Voor het primair onderwijs hebben we als school met maar liefst zes samenwerkingsverbanden te maken, omdat kinderen vanuit diverse regio’s naar onze school gaan. Een samenwerkingsverband heeft echt een meerwaarde, omdat je samen bedenkt wat nodig is voor het kind. Je hebt elkaar daarin nodig. Ook de samenwerking met SBO-scholen is heel plezierig! We weten elkaar goed te vinden en dat werkt heel prettig en constructief.”

BERG EN BOSCHSCHOOL

De Berg en Boschschool heeft twee vestigingen; één in Houten en één in Bilthoven. Op beide vestigingen is een afdeling voor primair speciaal onderwijs (SO) en één voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO).

Het is een cluster 4 school, voor  kinderen met een vorm van autisme die het niet redden in het regulier onderwijs. De school startte in 2004 met ca. 140 leerlingen en groeide uit tot een school met thans 633 leerlingen (SO en VSO). In totaal gaan nu zo’n 205 leerlingen (van 4 tot 12/13 jaar) naar de SO-afdeling.

Leerlingen worden hier geplaatst nadat met ouders en deskundigen het besluit genomen is dat de Berg en Boschschool de meest passende plek is en nadat een TLV is aangevraagd. Leerlingen kunnen helaas niet altijd direct terecht; soms moeten ze even wachten tot er plek is.

VERFIJNDE INTUÏTIE

Marco Rozenbeek vertelt: “Veel leerkrachten van de Berg en Boschschool hebben naast de PABO de ‘master Special Educational Needs’ gedaan of zich intern gespecialiseerd, bijvoorbeeld door een ‘Geef me de vijf-training’ te volgen. Deze is onder meer gericht op duidelijkheid geven aan de kinderen. Ook zijn er speciale veiligheidstrainingen, die leerkrachten leren hoe ze om moeten gaan met leerlingen die snel uit hun doen raken. Als leerkracht op deze school moet je kunnen omgaan met veel vormen van gedrag van kinderen. Hoe begrijp je gedrag, hoe houd je een rustig, veilig en plezierig klimaat in de klas en ook: hoe voorkom je conflicten en escalaties? Je moet een verfijnde intuïtie en belangstelling voor deze doelgroep hebben en pedagogisch een goed en gevarieerd repertoire hebben.”

Profi Pendi

Dukatenburg 101

3437 AB Nieuwegein

030 2751288

www.profipendi.nl

ontwerp: