"Haal thuiszitters juist binnen! Denk net als Pippi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan"

Een inspirerend verhaal over thuiszitters van OPR-lid Marjan Maarschalkerweerd

 

OPR-lid Marjan Maarschalkerweerd is werkzaam als coördinator onderwijszorgarrangementen bij ACIC. Een tussenvoorziening op het gebied van zorg en onderwijs voor met name kinderen met een vorm van autisme. Omdat deze doelgroep meer kans op schooluitval heeft dan andere kinderen vroeg Profi Pendi Marjan naar haar opinie over de thuiszittersproblematiek. Wat volgde, was een inspirerend verhaal.

 

Wanneer een kind dreigt uit te vallen binnen het regulier onderwijs, wordt een Multi Disciplinair Overleg georganiseerd. Dat is volgens Marjan voor scholen hét moment om te kijken of je, in plaats van door te verwijzen naar het S(B)O, het kind binnen kunt houden met een Onderwijs-zorgarrangement (OZA). Ze licht dit toe: “Een kind binnenhouden laat zien dat het kind erbij hoort en kan zoveel leed op sociaal-emotioneel vlak voorkomen. Uitval wordt ervaren als uitsluiting en heeft grote effecten op het zelfbeeld van kinderen.  Ik zou daarom willen oproepen: Haal als school dat wat je nodig hebt (zorg, ondersteuning vanuit het S(B)O , of wat dan ook) naar je toe. Dat maakt een groot verschil! Ik begrijp het dat veel scholen denken: ‘moeten we dat allemaal gaan optuigen voor die ene leerling?’ Maar ik ben ervan overtuigd dat het binnenhouden van die ene leerling voor een grote omslag zorgt voor álle kinderen van de school. Je moet er gewoon ooit met 1 beginnen.”

 

“Op het symposium ‘Onderwijs en Autisme’ in Utrecht half november 2017 is gesteld dat van de 27 punten waardoor je onderwijs beter kunt laten werken voor kinderen met autisme, deze vrijwel allemaal ook supernuttig zijn voor de andere kinderen. Daarom: als je deze punten opneemt in je zorgaanbod, worden alle kinderen daar beter van. Staat er een thuiszitter voor de deur? Zie dit dan als een kans om je hele school naar een hoger niveau te tillen. Sterker nog: probeer juist thuiszitters of kinderen met een leerplichtontheffing actief binnen te halen.”

 

“Veel thuiszitters hebben vaak al op verschillende scholen gezeten voordat ze thuis komen te zitten. Valt een kind uiteindelijk uit, dan vergt het zoveel om de schade te herstellen en de weg terug te vinden. Daarom moet de eerste school gelijk goede voorwaarden scheppen, zodat een kind daar kan blijven. Daar moeten we met zijn allen in blijven investeren. Ook is het belangrijk dat de overgang van primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs goed verloopt. Voor de doelgroep van ACIC is de overstap vaak te groot, zij hebben soms behoefte aan een tussenjaar omdat ze sociaal-emotioneel nog jong zijn voor de middelbare school. Een goed voorbeeld is het brugjaar Jan Ligthart  in Arnhem, een voorziening die open staat voor alle kinderen. Hoe mooi zou het zijn als zoiets ook in deze regio opgestart zou worden, zodat uitval in de brugklas voorkomen kan worden?”

 

“Kinderen met autisme hebben een grotere kans uit te vallen op school, omdat hun ontwikkeling atypisch is: ze maken een omgekeerde ontwikkeling door, versneld en vertraagd tegelijkertijd ten opzichte van hun kalenderleeftijd.  Ze groeien eerst cognitief en pas later op sociaal-emotioneel gebied. Dit is het gedachtegoed van biopsycholoog Martine Delfos, waardoor heel nieuwe inzichten en mogelijkheden voor het bieden van ondersteuning ontstaan. Bijvoorbeeld waar kinderen de lesstof van groep 8 makkelijk aan kunnen, vertonen ze soms sociaal gedrag van een jonger kind uit groep 5, een regenboog aan leeftijden die elkaar afwisselt. Hun executieve vaardigheden beheersen ze daardoor vaak nog onvoldoende, terwijl op basis van de kalenderleeftijd dit wel verwacht wordt. Ze kunnen bijvoorbeeld nog niet op hun beurt wachten, om hulp vragen of vinden het moeilijk om te gaan met stress voor een toets of met teleurstellingen. De omgeving snapt dat vaak niet en denkt: ‘Je bent zo slim, dan kun je al die andere dingen toch ook?’. Er wordt dan vaak gedacht dat het onwil is, terwijl een kind het gewoon nog niet kán, dat deel moet nog ontwikkeld worden. Het kind is zowel soms zoveel ouder als zoveel jonger dan zijn leeftijdgenoten, dat maakt het zo uitdagend.”

“Het gedrag wat deze kinderen vertoond wordt vaak weggezet als ‘lastig gedrag’, waar we algauw klaar mee zijn. Dat doet veel met het zelfbeeld van zo’n kind, het voelt: ‘Ik ben niet goed genoeg’. Uit onderzoek blijkt dat in het algemeen kinderen met een lichamelijke beperking of kinderen met chronische ziekten wel onze hulp krijgen en dat er voor deze kinderen vaak maar weinig begrip is. Ga je hier anders naar kijken, dan kun je daar met zijn allen van leren. ACIC wil graag met de omgeving kijken wat een kind nodig heeft om tot ontwikkeling te komen, om bagage te krijgen voor de rest van zijn leven. Met elkaar wisselen we ideeën uit en bedenken we oplossingen, waardoor de eigenwaarde van het kind stijgt. Iedereen is goed zoals-ie is!”

 

“Een leerkracht denkt waarschijnlijk algauw: ‘Poe, nu moet ik nog meer’, maar het leuke is: elke school, elke leerkracht kán dit. Het sluit aan op de basisvaardigheden en kwaliteiten die alle leerkrachten hebben! Denk net als Pippi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’. Daar geloven we in. En fouten maken mag.”

 

“Wanneer je kind thuis komt te zitten, stopt alles. Het heeft zo’n grote impact op het kind en zijn omgeving. Terwijl deze kinderen juist zo graag onderwijs willen volgen. Kinderen die bij het ACIC aangemeld worden, blijven ingeschreven op de school van herkomst, want het doel is om kinderen weer terug te leiden naar school.”

“Het is belangrijk dat we beseffen dat school veel meer is dan rekenen en taal. De kinderen leren het meeste van elkaar. Daarom willen we kinderen altijd terugleiden naar school. Hoe we dat doen, verschilt per kind. We leveren maatwerk. We bieden allerlei vormen van ondersteuning aan. Een ander middel om ons doel te bereiken is een WebChair (zie kader), waarbij een kind via een webcam alles wat er in een klas gebeurt, kan volgen. We ondersteunen de leerlingen en laten hen ook niet los als ze weer op de reguliere school starten. Ze krijgen soms een periode een begeleider mee de klas in, die hen verder helpt zelfredzaam te worden. De leerkracht en de begeleider vullen elkaar aan, waar na verloop van tijd de begeleider steeds meer naar de achtergrond gaat.”

 

“Als OPR-lid hoop ik dit onderwerp op de agenda te blijven zetten, want ook met kinderen die dreigen uit te vallen, is zoveel mogelijk! Dit blijkt ook omdat er overal in het land en gelukkig ook binnen Profi Pendi nu al scholen zijn die kinderen altijd binnenboord kunnen houden.”

WAT IS ACIC?

WEBCHAIR

BEKOSTIGING

Profi Pendi

Dukatenburg 101

3437 AB Nieuwegein

030 2751288

www.profipendi.nl

ontwerp: